Poldermuseum! Hoe het begon

Toen ik op 10 juli 1954 tot pastoor benoemd werd te Wilmarsdonk – Antwerpen 2e distrikt, viel me dadelijk op dat ik in Oud-BelgiĆ« was terecht gekomen. Een dorp namelijk waar de tijd was blijven stil staan. Een dorp met een zeer oude Poldergeschiedenis. Reeds waren de twee derden in oppervlakte door havenuitbreidingen opgegeten. Het stadsbestuur van Antwerpen, dat tientallen jaren tevoren Wilmarsdonk en Oorderen had opgekocht en onteigend – met het motief havenuitbreiding – liet deze dorpen een zeer langzame dood sterven.  Zo langzaam dat een paar generaties in de kernen der dorpen mochten blijven wonen als huurders tegen zeer lage prijs, en deze stilaan begonnen te geloven dat deze toestand nog zeer lang zou voortduren. Daarom werden de kleine huisjes telkenjare opnieuw geverfd en hoopte iedereen op uitstel van de definitieve executie. Nieuwbouw had geen zin, vermits de bouwvergunning sprak van afbraak op eigen kosten als “de dag” daar was. Vondel zou zeggen: “Het dorp stond gelijk een lijk, gebalsemd boven d’aarde”.

Intussen bleef de kleine bevolkingsgroep zeer aktief en het parochieleven te Wilmarsdonk bloeide als nergens. Jeugdbeweging, sociale bonden, broederschappen, fanfare, allen stapten fier achter vaandel en wimpel. Met ontroering denk ik nog terug aan het zo intens liturgisch leven in het fijne mooie kerkje; twaalf volwassen misdienaars; Paaswake zo plechtig als in de kathedraal; Kerstmis met de levende herders – vraag het maar aan de oud-Wilmarsdonkenaren -; een Kerstspel met 60 uitvoerders, allen van de parochie. Zulk een intens parochieleven vroeg naar een parochiezaal. Bij onze benoeming vonden wij een versleten lokaal. Met de hulp van weldoeners kwam er een paar jaren een vergaderzaal, die later de bakermat van het Poldermuseum zou worden. Want zonder bijbedoelingen of verdere plannen, werd van het eerste ogenblik af dit zaaltje met oude poldervoorwerpen versierd. Maar naarmate de voorwerpen in aantal groeiden, kwam ook het idee “verzamelen”. Plots werden wij ons bewust “Morgen is de polder weggevaagd, laat ons redden wat nog te redden is en vergaren al wat aan de oude tijd doet terugdenken”.

Met een verbetenheid, met een ware geestdrift heb ik toen alle zolders en huizen afgekamd en honderden voorwerpen naar het zaaltje gesleurd. Wat eens een hobby was werd een passie. Zeer dikwijls kwamen wij te laat. Hoe dikwijls moest ik horen: “Och meneer, al deze dingen zijn reeds lang bij de grote schoonmaak weggesmeten of met de ijzeropkoper weggegaan”. Onze verzamelaktie kende toch enig succes en weldra was het parochiezaaltje van onder tot boven volgestapeld. Toen kwam de vraag: Wie zou na mijn vertrek deze schatten met liefde bewaren? De beste formule bleek toen een Heemkundige Kring te stichten, met afgevaardigden uit de dorpen der lage polders. Zij zouden voortaan het patrimonium bewaren en verder uitbreiden. Ik hecht eraan enkele namen te vermelden die in deze eerste periode onze rechterarm waren. De nooit genoeg geprezen Meester Ceulemans, de eerste secretaris onzer vereniging. De heren Eugeen DaniĆ«ls en Jos Meys, Tom Leys en Rik De Bruyn: “De mannen van het zaaltje”.

Na vele jaren verheug ik me in de bloei en verdere uitbreiding van het Poldermuseum. Als ooit de polder zal verdwenen zijn hopen wij dat het nageslacht in dit museum enkele sporen vindt van de voorvaderen. Vrienden die dit leest, denk er aan, de evolutie gaat zeer snel. U allen hebt een opdracht: leer bewaren en vergaren, zo zullen uw kinderen een beeld krijgen van de vroegere generaties, hoe zij leefden en werkten, hoe zij streden tegen de natuurelementen en tegen tegenspoed, hoe zij feest vierden, hoe zij woonden, hoe hun huisgerei en hun werktuigen waren, hoe hun klederdracht en hun vervoermiddelen waren, en nog zoveel andere zaken.

E.H. J. Eelen

Voormalig pastoor te Wilmarsdonk en Aalmoezenier Kerkschip

Een van de oudste foto’s van de Koninklijke Heemkundige Kring van de Antwerpse Polder.

Op de foto herkennen we (van links naar rechts) meester Leon Ceulemans, Graaf Daniel Le Grelle en Pater Versmissen, de laatste pastoor van Wilmarsdonk. 

De parochiezaal van Wilmarsdonk